Taalkwestie: is het erop of er op?

Altijd weer lastig. Ben je midden in een zin, moet je het weer gaan opzoeken. Gelukkig is de regel duidelijk:

Schrijf  ‘er, hier, daar, waar’ vast aan het voorzetsel waar je het mee combineert.
Oké, maar hoeveel voorzetsels schrijf je eraan vast? Alle voorzetsels die niet bij het werkwoord horen:

  • Het komt erop neer dat je alles opnieuw moet doen.
  • Ik ga ervan uit dat het geregeld is.

‘Op’ en ‘uit’ zijn geen deel het werkwoord, ‘neer’ en ‘uit’ wel (neerkomen op iets, uitgaan van iets).

  • We trekken eropuit.
  • Het is erg storend als je erdoorheen praat.

‘Op’, ‘uit’, ‘door’ en ‘heen’ zijn geen deel van het werkwoord, dus alle voorzetsels mogen aan ‘er’ geplakt worden (eropuit trekken, erdoorheen praten en niet: uittrekken op iets of heenpraten door iets).

Kijk in de woordenlijst als je niet weet of een voorzetsel onderdeel is van het werkwoord.

 

Bron: SecretaresseNet.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.